Vier jaar geleden, op een woensdagochtend, ging de telefoon. Of we plek hadden voor een kindje van 3 dagen oud. Een paar uur later liepen we een ziekenhuis uit met een prachtig kindje in onze maxi-cosi.
Nadat we aan de biologische ouders beloofd hadden dat we goed voor hem zouden zorgen, en een foto hadden gemaakt van het ‘gezinnetje’. Wat een voelbaar verdriet. Er waren zoveel emoties in de dagen daarna. Een pasgeboren baby hebben zonder zwangerschap en bevalling is niet niets. Dat betekende ’s nachts om de paar uur uit bed om een voeding klaar te maken.
Er was wekelijks bezoek met de ouders, op een neutrale plek. Het mooie was dat moeder elke week tijdens het bezoek borstvoeding gaf. Tussendoor kolfde ze, en bracht vader dit naar het station. Op het perron gaf hij het ingevroren pakketje aan een van ons. De ingevroren melkijsklontjes werden bij ons opgewarmd, en zo heeft dit kereltje alle vier maanden dat hij bij ons was borstvoeding gekregen van zijn moeder. Ontroerend mooi vonden we dat. Moeder was trots dat ze dit kon doen, en het hielp een beetje in het verdriet.
Hij kon niet terug naar zijn ouders. Er was een perspectief biedend gezin gevonden. De dag van de overdracht hebben we het kindje even aan zijn ouders teruggegeven, hebben wij afscheid genomen, waren ze een tijdje samen met hem โ en de gezinsvoogd โ en kwam later het nieuwe gezin hem ophalen. Dit is goed verlopen.
Een paar weken geleden kwam hij op visite. Hij is 4 en wilde zelf graag komen, want hij had een vraag over zijn fotoboekje โ dat hij van ons gekregen heeft over de eerste maanden van zijn leven bij ons. Het is fijn dat het nieuwe pleeggezin ruimte laat en ons zo belangrijk laat zijn in zijn leventje.
Met de ouders is het contact onbetrouwbaar. Zij hebben inmiddels een nieuw kindje. Maar we zijn dus nog belangrijker dan we gedacht hadden โ dat betekent vanaf nu een kaartje voor zijn verjaardag.
En het fotoboek blijkt heel belangrijk: “Wanneer was die foto genomen, met papa en mamaโฆ” Die dag dus. 3 dagen oud.